| Als moslims de vrijheid van meningsuiting gaan bezigen |
| dinsdag 01 september 2009 | |
Als men het woord beledigen opzoekt in een Van Dale-woordenboek zal men kunnen zien dat het zoiets betekent als krenken, kwetsen of iemand in zijn eer aantasten. Naar aanleiding van het herpubliceren van onze omstreden Holocaust-cartoon bezigde men de term 'beledigen' zoals doorgaans in het spraakgebruik gebezigd wordt. Hierbij moet aangemerkt worden dat beledigen in het spraakgebruik een andere definitie heeft dan in het recht. Conform Van Dale zijn de Deense cartoons ook beledigend.
Veel moslims zullen menen dat het
afbeelden van een persoon met de bedoeling de profeet van de Islam als
terrorist voor te stellen een directe belediging is. En het zijn alleen
moslims die kunnen bepalen of ze beledigd zijn door de Deense cartoon.
Beledigd zijn is een zeer persoonlijk subjectieve ervaring waar de
uiter en een eventuele waarnemer het slechts vaststellen aan de
gedraging van de ontvanger of die beledigd is. Het OM is een andere
mening toegedaan. En uiteraard hebben zij niet Van Dale geraadpleegd,
maar de wet en jurisprudentie. En anders dan men doorgaans meent ben ik
van mening dat het recht geen maatwerk kan bieden bij een opiniedelict.
De wet, in casu art.137c, is een uitkomst van een politiek proces. En
ook het recht als het gaat om een belediging is niet anders dan
politiek bedrijven op abstract niveau. En dat is precies wat het OM
heeft gedaan. Door hun besluit om ons wel te gaan vervolgen en Wilders
niet heeft men een een politiek besluit genomen. Ondanks het feit dat
de AEL in verschillende teksten ondubbelzinnig afstand nam van de
inhoud van de cartoons, Holocaustontkenning niet strafbaar is gesteld
en de tekening niet losgezien kan worden van het publiek debat waar de
AEL zich in heeft gemengd als activistische organisatie.worden we
vervolgd. Wilders is niet vervolgd ondanks het feit dat hij structureel
en stelselmatig zijn politiek bedrijft op basis van beledigingen, in
zijn optredens nooit afstand heeft gedaan van de inhoud van de cartoon
en geweldadig handelen tegen moslims billijkt. Dit is meten met twee
maten. Het is een besluit dat precies illustreert wat moslims al een
decennium lang roepen. Vrijheid van meningsuiting is slechts een
voorwendsel om moslims het leven zeur te maken. En als moslims met
verantwoordelijkheid in het kader van het publieke debat trachten deze
hypocrisie aan te kaarten wordt hen dat recht niet gegund. Laat staan
het recht om zich beledigd te voelen.Toen wij onze cartooncampagne begonnen in 2006 als reactie op het grensoverschrijdende debat waarbij gesteld werd dat moslims niet beledigd mochten zijn waren we ons bewust van de juridsche en ethische context. We hebben uit morele en juridische overwegingen consequent onze cartoons voorzien van een tekst waarbij we onze cartooncampagne verantwoordden. We wilden Europa een spiegel voorhouden met de kennis die we van de subjectieve beleveniswereld van Europa hebben. Belangrijk hierbij te vermelden is dat de AEL niet over één nacht is gegaaan. We zijn een organisatie die gemaakt en verder gevormd is in Europese context. We zijn Europeanen die Europa begrijpen zoals een Europeaan alleen Europa kan begrijpen. We kozen weliswaar voor cartoons die de grens opzochten, maar we zijn daar nooit overheen gestapt. Het moesten heilige huisjes zijn van het seculiere westen. En uiteraard ontkomt men met zulke doelstellingen niet aan de Holocaust. De eerste industriële genocide waar niet slechts Nazi-Duitsland, maar de gehele wereld en Europa in het bijzonder voor verantwoordelijkheid draagt. Deze industriële genocide was onmogelijke geweest zonder vrijwillige collaboratie. Zo hebben bijvoorbeeld de Nederlandse media, ambtenarij, bedrijfsleven en wetstrouwe burgers het medemogelijk gemaakt dat de Jodenvervolging in vergelijking met andere Europese landen efficiënter verliep. En dat is precies het schuldgevoel waar Nederlanders terecht nog mee rondlopen doordat het in hun DNA opgeslagen is. Alle omzichtigheid met dit onderwerp, de vele boeken, monumenten, films en voorlichting zijn een poging tot compensatie. Maar een ieder weet dat het leed dat geschiedt is onmogelijk met al die oprechte pogingen ongedaan kan worden gemaakt. En het is juist dit besef dat het woord Jood, en meer de combinatie Jood-Holocaust, de gemiddelde Nederlandse burger op scherp stelt. Het is een heilige huisje waar niet mee gespot mag worden. Niet gereduceerd mag worden in historische betekenis en de slachtoffers en erfgenamen van de slachtoffers worden erkend in de betekenis die de Holocaust als gebeurtenis voor hen en hun nakomelingen speelt. Zes miljoen is slechts een getal zonder het besef van de emotionele waarde daarvan. Een waarde die per definitie subjectief is. En laat nu net de profeet Mohammed als persoon ook een emotionele waarde vertegenwoordigen voor moslims. Zonder deze emtionele waarde is hij slechts een personage uit een heilig boek voor meer dan een miljard mensen. Elke moslim, al dan niet praktiserend, draagt in zijn DNA een emotionele verbintenis met Mohammed de profeet. De AEL heeft nooit gepleit voor een kritiekloze houding ten opzichte van moslims. Net zomin als dat wij voor een beperking van de vrijheid van meninsguiting hebben gepleit. Als het aan ons ligt is er vanaf morgen een absolute vrijheid van meningsuiting. Waar we wel voor pleiten is tact in het publieke debat. In het bijzonder onder opinieleiders in het openbaar. Daarnaast mag een moslim zich beledigd voelen en dat kenbaar maken. Niemand mag hem/haar dat recht ontnemen En dat is precies waarom we niet naar de rechter gestapt zijn in 2006 en kozen voor een cartooncampagne. Twee weken geleden hebben we wederom de omstreden cartoon gepubliceerd. Dit hebben we opzettelijk gedaan om een tweetal redenen. We vinden niet dat we conform de wet hebben beledigd en we willen een rechterlijke beslissing hierover. Ten tweede zijn we van mening dat het debat rondom de vrijheid van meningsuiting nog niet uitgeput is. We hebben de sepotvoorwaarden uitdrukkelijk geweigerd met een politiek doel en hebben de media gezocht. Nu het publieke debat een nieuwe dimensie heeft gekregen en we er vol aan meedoen dienen we ook onze verantwoordelijkheid te nemen. Vanaf het moment dat het OM besluit om ons te gaan vervolgen dienen we onze acties proportioneel uit te voeren. Dit betekent concreet dat we de cartoon van onze website zullen weghalen. De herpublicatie werd gedaan in het kader van de regels van burgerlijke ongehoorzaamheid. Het mag geen ordinaire provocatie worden dat onze boodschap verloren doet gaan. We zullen volledig meewerken aan het strafonderzoek. Dat laatste is ook precies de reden waarom ik als cartoonist uit de anonimiteit ben getreden. Anonimiteit en een weigerachtige houding in het strafonderzoek zijn niet te verenigen met de regels van burgerlijke ongehoorzaamheid. Ook wil ik een paar zinnen kwijt over mijn debat met Naftaniël. Sommigen hebben me kwalijk genomen dat ik hem geen hand wilde schudden. Ik sta nog steeds achter die beslissing. Ik heb op eigen initiatief de redactie van het programma dat het debat uitzond aangegeven dat ik met Naftaniël in debat wilde. Het initiatief kwam geheel van mijn kant. Dat debat heb ik met open vizier gevoerd zonder mezelf beperkingen op te leggen. Tegenover me zat een man die het verdedigen van het misdadig beleid van Israël tot zijn levenswerk heeft gemaakt. Een man die weigert schuld te bekennen voor het leed dat Palestijnen wordt aangedaan. Een man die weigert de waarheid te spreken. Is het dan zo vreemd om hem een hand te weigeren? Het handen schudden is geen formaliteit. Het is vol van symboliek. Het is een teken van ontwapening. Ik weiger me ontwapend op te stellen tegen een vertegenwoordiger van een militaire staatsapparaat dat geen genade kent. Deze houding en het daaropvolgende debat had ook iets onwennigs in zich. Deze man is uiteraard ook erfgename van de Holocaust. Maar net zoals het met de Palestijnen betreft: Het is PR-technisch niet handig om te strijden tegen slachtoffers van de Holocaust. En toch moest dat debat gevoerd worden. Jammer was dat hij zelf Palestina erbij betrok. Een tactiek die vele pro-Israël belangenvertegenwoordigers gebruiken. Norman Finkelstein noemt het de Holocaust Industrie. Want feitelijk wat het CIDI van Naftaniël wil is ons van antismetisme kunnen beschuldigen. Sinds onze oprichting tien jaar geleden zijn we hun opponenten als het gaat om Palestina. De aangifte kwam niet van individuele Joden of Joodse organisaties, maar van een organisatie dat alles in het werk stelt om Nederland onvoorwaardelijk achter Israël te laten staan. Een organisatie dat flirt met uitlatingen van Wilders en warme contacten onderhoudt met columnisten die moslimpesten tot hun levensmissie hebben gemaakt. Voor oprechte bezorgde burrgers van dit land die twijfelen aan onze intenties, al dan niet Joods, wil ik het volgende zeggen: Ik erken dat ik een gevoelige snaar heb geraakt met mijn cartoons. Dit was mijn bedoeling. Ik wilde shockeren en mensen dwingen om naar onze visie te luisteren. Ik sta achter de beslissing en betreur de schijn die sommigen proberen op te werpen dat er andere bedoelingen schuilen achter de tekening . Ik ben tegen Israël en voor een één-staat-oplossing waarbij Joden en Arabieren als gelijke burgers kunnen leven. Ik ben tegen racisme of dat nou islamofobie of antisemitisme in Europa is of het zionisme en religieus antisemitisme in bezet Palestina. U mag me daarop aanspreken, maar geen intentieproces voeren over mijn handelingen. De AEL is opgericht om voor belangen van Arabieren en moslims op te komen op grond van universele principes. Het is een goedkope manier van het CIDI om de publieke opinie te bewerken zoals zij dat doen . Hoe geloofwaardig is een organisatie als het CIDI dat institutionele racisme van Israël verdedigt en hier in Nederland aangifte doet van belediging? In dit artikel wil ik verder ook pleiten voor andere cartoonisten, politici en columnisten die vrezen voor vervolging. Zo hebben we altijd consequent de vrijheid van meningsuiting van vriend en vijand verdedigt. Gregorius Nekschot had niet vervolgd moeten worden. Hetzelfde geldt voor Wilders in de zaak die tegen hem loopt. Meningen moeten in de publieke arena uitgevochten worden. We dienen hun ondanks de vele tegenargumenten ze daarin te steunen. Wat we ze echter wel kwalijk kunnen nemen is dat ze het zelf niet volgens de regels van het pubklieke debat doen. Zo weigert Wilders in debat te gaan met moslims en Nekschot opereert als een dief in de nacht. Als zij echt zo veel waarde aan het vrije woord hechten laat ze dan net als de AEL met open vizier aan het debat deelnemen. Abdoulmouthalib Bouzerda Voorzitter AEL Nederland |